Op bezoek gaan



Voorbeeld: Wij gaan morgen op bezoek bij onze grootouders.

Definitie


"Op bezoek gaan" betekent naar iemand toe gaan om die persoon te ontmoeten, meestal voor een korte tijd en met een sociaal of vriendelijk doel. Bijvoorbeeld, "Wij gaan morgen op bezoek bij onze grootouders" betekent dat men de grootouders bezoekt om tijd met hen door te brengen.

Vertalingen



Etymologie


De uitdrukking "op bezoek gaan" komt uit het Nederlandse gebruik om het woord 'bezoek' te koppelen aan een beweging richting iemand toe. 'Bezoek' is afgeleid van het werkwoord 'bezoeken', dat uit het Middelnederlandse 'besōken' komt, wat zoveel betekent als 'aankijken' of 'aangaan'. Het voorzetsel 'op' geeft hier een richting of doel aan: ergens naartoe gaan. Wist je dat 'bezoek' oorspronkelijk ook de betekenis had van 'een inspectie' of 'onderzoek'? Tegenwoordig is het vooral sociaal bedoeld.

Leer deze uitdrukking actief te gebruiken


"Op bezoek gaan" komt voor in de Vocaplus-lijst "Nederlands - Algemeen - Uitdrukkingen en gezegden - (A2) - deel 1", met 106 veelgebruikte uitdrukkingen.
Wil je deze woorden niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies als taal die je wilt leren.

Maak een gratis account aan



Virtuele tolk Spaans - Nederlands


Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?

Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!