Zusammenbauen
Voorbeeld: Wir müssen das Regal heute zusammenbauen, bevor Gäste kommen.
Definitie
"zusammenbauen" bedeutet, einzelne Teile oder Komponenten so zu verbinden, dass ein vollständiges und funktionsfähiges Ganzes entsteht. Zum Beispiel beschreibt es den Vorgang, wenn man Möbel oder Geräte aus Einzelteilen montiert, wie in dem Satz: "Wir müssen das Regal heute zusammenbauen, bevor Gäste kommen."
Etymologie
Das Wort "zusammenbauen" setzt sich aus den Bestandteilen "zusammen" und "bauen" zusammen. "Bauen" stammt vom althochdeutschen "buan" ab, was 'bauen, errichten' bedeutet. "Zusammen" drückt die Vereinigung oder das Verbinden aus. Interessanterweise kombiniert "zusammenbauen" also direkt die Idee, Dinge gemeinsam oder vereint zu errichten.
Leer dit woord actief te gebruiken
"Zusammenbauen" komt voor in de Vocaplus-lijst "Duits - Algemeen - (B1) - deel 5", met 113 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Duits als taal die je wilt leren.
Maak een gratis account aan
Virtuele tolk Spaans - Nederlands
Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?
Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!