Dépenser



Voorbeeld: Il faut dépenser moins pour économiser davantage chaque mois.

Definitie


"Dépenser" betekent in het Nederlands 'uitgeven' of 'besteden', vooral in de context van geld. Het verwijst naar het gebruiken van geld om goederen of diensten te kopen, zoals in de zin: 'Il faut dépenser moins pour économiser davantage chaque mois.'

Vertalingen



Etymologie


Het Franse werkwoord "dépenser" komt van het Middelfranse woord 'despenser', dat teruggaat op het Latijnse 'dispensare', wat 'verdeling' of 'beheer van middelen' betekent. Interessant is dat het woord ooit sterk verbonden was met het beheer van huishoudelijke uitgaven, vandaar de huidige betekenis van geld uitgeven.

Leer dit woord actief te gebruiken


"Dépenser" komt voor in de Vocaplus-lijst "Frans - Algemeen - (B2) - deel 2", met 111 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Frans als taal die je wilt leren.

Maak een gratis account aan



Virtuele tolk Spaans - Nederlands


Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?

Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!