De klant
Voorbeeld: De klant koopt elke week verse groenten in de winkel.
Definitie
"De klant" verwijst naar een persoon of organisatie die goederen of diensten koopt of afneemt van een bedrijf. In ondernemerschap is de klant essentieel omdat hij de afzetmarkt vormt en bepaalt wat er geproduceerd of aangeboden wordt, zoals in de zin: 'De klant koopt elke week verse groenten in de winkel.'
Etymologie
Het woord "de klant" komt van het Middelnederlandse woord 'clant', dat verwant is aan het Latijnse 'cliens', wat 'afhankelijke' of 'beschermeling' betekent. Oorspronkelijk verwees het naar iemand die onder bescherming van een ander stond, maar de betekenis verschoof naar iemand die diensten afneemt. Wist je dat deze beschermingsrelatie de basis vormde voor de moderne klant-leverancierrelatie?
Leer dit woord actief te gebruiken
"De klant" komt voor in de Vocaplus-lijst "Nederlands - Ondernemerschap - (A1-C2) - deel 1", met 109 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Nederlands als taal die je wilt leren.
Maak een gratis account aan
Virtuele tolk Spaans - Nederlands
Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?
Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!