Het paspoort



Voorbeeld: Ik heb mijn paspoort bij de luchthaven nodig.

Definitie


Het woord "paspoort" verwijst naar een officieel document dat door een overheid wordt uitgegeven en waarmee een persoon zijn identiteit en nationaliteit kan bewijzen, vooral bij reizen naar het buitenland. Het is noodzakelijk om toegang te krijgen tot andere landen, zoals in de zin: 'Ik heb mijn paspoort bij de luchthaven nodig.'

Etymologie


Het woord "paspoort" komt uit het Frans, waar 'passer' betekent 'passeren' en 'port' 'haven' of 'poort'. Oorspronkelijk verwees het naar een document dat toestemming gaf om door een poort of grens te passeren. Wist je dat dit woord letterlijk 'door de poort gaan' betekent?

Leer dit woord actief te gebruiken


"Het paspoort" komt voor in de Vocaplus-lijst "Nederlands - Toerisme - (A1-C2) - deel 1", met 135 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Nederlands als taal die je wilt leren.

Maak een gratis account aan



Virtuele tolk Spaans - Nederlands


Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?

Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!