Pico
Voorbeeld: O pássaro picou a fruta madura na árvore.
Definitie
"Pico" betekent in het Nederlands 'pikken', wat verwijst naar het met de snavel of een puntig voorwerp herhaaldelijk aanraken, prikken of kleine stukjes eraf halen. Bijvoorbeeld: een vogel die een rijpe vrucht op een boom pikt.
Vertalingen
-
beak -
picar -
pik -
picar -
bec -
schnabel -
becco
Etymologie
Het woord "pico" komt uit het Portugees en Spaans, waar het ook 'snavel' of 'punt' betekent. De werkwoordsvorm is afgeleid van de substantiefvorm en verwijst naar de handeling die een vogel met zijn snavel uitvoert. Wist je dat het woord verwant is aan het Engelse 'pick'?
Leer dit woord actief te gebruiken
"Pico" komt voor in de Vocaplus-lijst "Portugees - Algemeen - (B2) - deel 2", met 111 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Portugees als taal die je wilt leren.
Maak een gratis account aan
Virtuele tolk Spaans - Nederlands
Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?
Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!