The king
Voorbeeld: The king wore a crown during the big celebration.
Definitie
"The king" verwijst naar de mannelijke monarch die het hoogste gezag heeft over een koninkrijk en vaak een ceremoniële of bestuurlijke rol vervult. De term wordt gebruikt om een vorst aan te duiden die regeert of historisch gezag bezit.
Etymologie
De term "the king" komt van het Oudengelse woord 'cyning', wat 'koning' betekent. Dit woord is verwant aan het Germaanse 'kuningaz' en duidt oorspronkelijk een leider of stamhoofd aan. Wist je dat de titel van koning al duizenden jaren bestaat en vaak met goddelijkheid werd geassocieerd?
Leer dit woord actief te gebruiken
"The king" komt voor in de Vocaplus-lijst "Engels - Geschiedenis - (A1) - deel 1", met 208 veelgebruikte woorden.
Wil je deze uitdrukkingen niet alleen begrijpen, maar ook onthouden en actief gebruiken? Maak dan een gratis account aan en kies Engels als taal die je wilt leren.
Maak een gratis account aan
Virtuele tolk Spaans - Nederlands
Ben je op zoek naar een virtuele tolk Spaans - Nederlands?
Tom van Leeuwen. 30 jaar ervaring!